foreverfriendsdierenshop.nl
foreverfriendsdierenshop.nl
Winkelwagen
Geen artikelen in winkelwagen.
![]() | ![]() | ![]() |
![]() | ![]() |
Honden en het eten van botten

Vleesbot maakt een belangrijk deel uit van het menu van uw hond. Je voert vleesbotten (al dan niet gemalen) om de hond te voorzien van de juiste hoeveelheid calcium. Naast calcium bevatten botten nog veel meer andere vitamines, mineralen en vetzuren. Vleesbot levert niet alleen calcium, de hond moet op het vleesbot kluiven en dit zal zijn gehele lichaam ten goede komen. Het is goed voor het gebit, het spijsverteringssysteem en om goede ontlasting te ontwikkelen.
Om op een goede, verantwoorde en veilige manier vleesbotten te kunnen voeren, is het belangrijk om de volgende punten in acht te nemen:
- Geen vleesbot aan brokken-etende honden: Honden die brokken eten hebben minder zuur maagzuur, omdat brokken koolhydraat-rijk zijn. Wil je dit toch persé doen wees dan in elk geval zeer voorzichtig en voer alleen zachte botten van kleine dieren, als kip, eend, konijn en parelhoen. Geef in elk geval nooit brok en bot in één maaltijd!
- Leren kluiven: Honden die nog nooit botten hebben gegeten moeten leren om op vleesbotten te kluiven. Sommige honden vinden het prettig als je het bot vasthoudt zodat ze eraan kunnen knabbelen. Anderen worden hier juist feller van, willen het bot uit je handen rukken en schrokken het dan versnelt op. Doet je hond het laatste, dan is het veiliger om het bot direct aan je hond te geven.
- `Leren verteren`: Honden die nog nooit botten hebben gegeten moeten vleesbotten leren verteren. Geef daarom de eerste weken alleen zachte vleesbotten van kleine dieren. Begin bij voorkeur met kippennekken of eendennekken en plet deze van tevoren met een (vlees)hamer. De nekken kunnen ook even ingeknipt worden, hoe dit gebeurt ziet u onderaan deze pagina.
- Inslikken van nekken: De meeste middelgrote en grote honden slikken kippennekken en eendennekken in één keer door. Schrik hier niet van! Maar dit is dus de reden waarom wordt aangeraden de nekken eerst even te pletten met een hamer. Kippennekken en eendennekken zijn namelijk bedoeld om de hond te leren vleesbot te verteren. Als ze in één keer worden ingeslikt kan dat geen kwaad. Zodra de nekken goed worden verteerd kun je overstappen naar grotere vleesbotten van kleinere dieren die niet in één keer ingeslikt worden. Hier moet de hond dan al wat meer moeite voor doen en ook langer bezig zijn.
- Grotere vleesbotten van kleine dieren zijn: Delen van hele kip of hele parelhoen of hele eend. Hele konijnen, kwartel of fazant of de karkassen daarvan.
- Volgende stap na de grotere vleesbotten van kleine dieren: Pas als deze vleesbotten van kleine dieren probleemloos gegeten en verteerd worden, kun je overstappen op vleesbotten van grotere dieren. Dit is overigens niet noodzakelijk, honden halen voldoende voedingsstoffen uit alleen vleesbotten van kleinere dieren. Geef voor goed kluifwerk gewoon een hele of halve kip of eend of parelhoen. Kluifwerk genoeg!
- Geschikte vleesbotten van grotere dieren (1): Geef alleen vleesbotten van JONGE grotere dieren zoals lam, jong geit, jong hert, kalf, enz. Botten van oudere dieren kunnen het gebit van de hond beschadigen. Bovendien verteren deze slechter.
- Geschikte vleesbotten van grotere dieren (2): Geef alleen vleesbotten van jonge, grotere dieren die geen gewicht hebben gedragen zoals nek, ribben, heupen, schouders of schedel.
- Ronduit gevaarlijke botten: Geef nooit één enkele rib! Honden kunnen deze in één keer inslikken. Ze kunnen erin stikken of het bot kan een obstructie veroorzaken. Kijk om dezelfde reden ook goed uit met kalkoennekken en ossen- of kalfsstaart.
- Geef geen gewichtdragende botten: geen vleesbotten van grotere dieren die gewicht hebben gedragen. Dus geen knie of poot. Kippenpoot kan wel, omdat kippen altijd jong geslacht worden. Kippenpoot is echter GEEN beginnersbot, dit kan nadat de hond gewend is om botten te eten en te verteren.
- Geef nooit kale vleesbotten: zorg dat er altijd 50% of meer vlees aan het bot zit. Twijfel je of het vleesbot voldoende vlees bevat geef er dan wat extra pens of spiervlees bij. Beter wat meer vlees dan te weinig.
- Geef nooit gekookte botten: deze veranderen van structuur en worden knetterhard waardoor ze gaan splinteren. Ze kunnen schade aan gebit en spijsverteringssysteem veroorzaken.
- Liever niet: geef geen vleesbotten van grotere dieren op de nuchtere maag van een beginnende barf-hond. Niet iedere hond verteert deze namelijk goed, geef er dan wat extra pens of spiervlees bij.
- Als de ontlasting wit en zeer kalkachtig is: de verhouding vlees/bot was dan niet optimaal. Te kale of te harde botten kunnen obstipatie veroorzaken. Geef voortaan minder grote en minder kale botten. Op zich is een keertje witte ontlasting niet erg, maar structureel witte/kalkachtige ontlasting betekent te veel bot of te kaal bot.
- Notitie: vleesbotten van grotere dieren veroorzaken meer obstipatie-problemen dan vleesbotten van kleinere dieren. Botten van kleinere dieren zijn altijd zachter en makkelijker te verteren. Zeker voor de beginnende hond.
- Toezicht: geef nooit vleesbotten zonder toezicht. Nooit. Een bot kan vast komen te zitten tussen de tanden/kiezen of nog erger: in de luchtpijp schieten.
- Symptomen van obstructie: misselijkheid, steeds overgeven, niet goed kunnen ontlasten, buikpijn.
- Honden braken soms stukjes bot uit: dit gaat vaak gepaard met geel slijm. Op zich niets verontrustends. Wat niet verteerd kan worden, wordt uitgespuugd. Een normale reactie van het lichaam. Kijk wel of dit steeds met dezelfde botsoort gebeurd, het zal dan beter zijn deze niet meer te geven.
- Een gewaarschuwd mens telt voor twee: het lijkt misschien dat er dagelijks dingen mis gaan met het eten van botten, als je het bovenstaande gelezen hebt. Dit is niet het geval. Er gaat gelukkig zelden iets mis. Maar iedereen moet gewoon voorzichtig te werk gaan en rustig aan beginnen.





