foreverfriendsdierenshop.nl

Wel of niet vaccineren?

WEL OF NIET VACCINEREN?

Deze lezing is bij ons in Neede gegeven door holistisch dierenarts Tannetje Koning. Wilt u meer informatie over haar of over haar praktijk voor natuurlijke geneeswijzen in Otterlo, kijkt u dan op www.centrumoase.nl

Vaccinaties tegen virussen (Hondeziekte, Leverziekte, Parvo en Kennelhoest) worden ingespoten in het lichaam. Deze vaccins komen in de bloedbaan terecht en vinden hier heel makkelijk hun weg naar alle organen in het lichaam. En dit is vreemd, want virusinfecties vinden bij honden en katten normaal plaats via de slijmvliezen van neus en mond. Wanneer dit gebeurt schiet de eerste verdedigingslinie in actie als een soort defensie-apparaat. Zoveel mogelijk micro-organismen worden dan al tegengehouden. Komen er toch nog micro-organismen voorbij deze verdedigingslinie dan wordt het immuunsysteem ingeschakeld. Een goed imuunsysteem is in staat deze lichaamsvreemde stoffen te herkennen en zal proberen ze te vernietigen. Er wordt een opruimactie in werking gesteld om ervoor te zorgen dat het virus niet richting de organen kan komen.

Bacteriën, schimmels, parasieten en dergelijke kunnen ook op deze manier het lichaam binnenkomen, maar ook via de huid door bijvoorbeeld een verwonding.

Het geïnfecteerde lichaam zal dus eerst in de frontlinies proberen het gevecht te winnen om te voorkomen dat interne vitale organen als hart, longen, nieren, lever enzovoorts worden aangetast.

Zoals boven omschreven gebeurt vaccinatie gewoonlijk door middel van injecties onderhuids in de weefsels. Hierdoor wordt het virus via de bloedbaan direct gebracht naar de plekken waar het afweersysteem van het dier het juist uit alle macht probeert weg te houden. Dit legt een enorme druk op het afweermechanisme van het dier, en natuurlijk helemaal bij jonge dieren omdat deze hun hele afweersysteem nog aan het ontwikkelen zijn. Deze druk kan voor dieren te groot worden waardoor de algehele afweer juist afneemt.

Deze druk op het afweersysteem wordt nog eens vergroot doordat een vaccin meestal niet één, maar meerdere verschillende virussen, bacteriën en dergelijke bevat: de zogaamde cocktail. Het immuunsysteem wordt daardoor in één keer gebombardeerd en moet veel antilichamen tegelijk uitvinden en ook nog eens aanmaken om te overleven. Deze overdondering betekent een heel stressvolle situatie voor het immuunstelsel. Dit kan hierdoor overgestimuleerd, overspannen en in de war raken. Het is ook eigenlijk heel krom om alles tegelijkertijd te vaccineren, aangezien dieren in de natuur normaal ook maar met één micro-organisme tegelijk in aanraking komt en nooit met alles tegelijk...

Het inspuiten van meerdere vaccins tegelijk, dus in geval van een cocktail-enting, is geheel tegennatuurlijk en veel te veel voor een dierenlichaam om ineens te verwerken.

Naast de verschillende micro-organismen bestaan de vaccins uit veel andere stoffen, zoals conserveringsmiddelen, antibiotica, kankerverwekkende stoffen als kwik, formaldehyde en formaline, enzovoort. Alle toegevoegde stoffen kunnen ervoor zorgen dat het dierenlichaam zijn eigen cellen gaat aanvallen, de zogenaamde auto-immuunziektes en deze komen steeds meer voor. Bij de bacteriële vaccins zijn deze risico`s kleiner dan bij de virusvaccins. Wel is de kans op een allergische of anafylactische reactie weer groter bij bacteriële vaccins als gevolg van een hyperaktief immuunsysteem.

Vanuit immunologisch oogpunt is er helemaal geen noodzaak om vaccinaties ieder jaar te herhalen. Na het eerste contact, via natuurlijke weg of vaccinatie, met een ziekteverwekkend virus of bacterie, schimmel enzovoort, en het vinden van het juiste antilichaam, blijft jarenlang (zelfs het hele leven) in de herinnering van het immuunsysteem bestaan om welk type antilichaam het ging. Wordt het dier later alsnog eens besmet dan kan het door deze herkenning direct overgaan tot de produktie van specifieke antilichamen. Vergelijk het met een het feit dat je niet elke dag een blokje om hoeft te fietsen zodat je het fietsen niet verleert...

Het immuunsysteem hoeft er niet ieder jaar aan herinnerd te worden hoe het ook alweer moest. Misschien zelfs wel niet iedere drie jaar. De jaarlijkse vaccins betekenen overstimulering, een soort `drillen` van het immuunsysteem waardoor dit overprikkeld raakt. Het kan zelfs zijn onderscheidingsvermogen verliezen en uiteindelijk zelfs gaan reageren op ongevaarlijke stoffen zoals voedsel. Jaarlijks gegeven vaccins vergroten dus niet de immuniteit en zijn in feite overbodig.

Volwassen mensen krijgen immers ook geen jaarlijkse entingen meer tegen difterie, kinkhoest, tetanus en pokken?

ALTERNATIEVEN

Het meest voor de hand liggend is natuurlijk niet enten en zorgen dat de weerstand van het dier zo groot mogelijk is zodat hij een eventueel opgelopen infectieziekte op eigen houtje kan overwinnen. Dit gaat door het dier lichamelijk, emotioneel en psychisch gezond te houden en betekent een goede, natuurgetrouwe voeding, sociale kontakten met soortgenoten, liefde en aandacht. Mogelijkheden tot het uiten van natuurlijk gedrag, buitenlucht en zonlicht, zo min mogelijk stress en besmettingsgevaar voorkomen, totdat het imuunsysteem van het dier op volle kracht is. Want de beste verdediging tegen ziekte en de preventie ervan is een optimale gezondheid.

Voor veel mensen is helemaal niet enten een te radicale stap. In dat geval zijn op zijn minst de volgende punten te overwegen:

  • Er kan gestopt worden met de herhalingsentingen. Het jonge dier wordt één of twee keer ingeënt wanneer het een paar maanden oud is en daarna niet meer. Voor immuniteitsopbouw is dit voldoende.
  • Alle eventuele entingen/vaccins worden enkelvoudig gegeven, dus geen cocktails meer. Dit komt veel overéén met de natuurlijke besmetting met maar één ziekte tegelijk, waardoor het immuunsysteem geen enorme opdonder krijgt. Het liefst tussen de entingen een paar weken laten zitten.
  • De enting niet meer onderhuids laten injecteren, maar intranasaal (via de neus) geven.
  • Geen ziek, ongezonde dieren met een slechte conditie laten vaccineren. Geen dieren met een acute ziekte of herstellend hiervan. Geen dieren met een chronische ziekte als suikerziekte, nierfalen, cardiomypathie, artritis, enzovoort en ook geen dieren die medicatie gebruiken, bijvoorbeeld voor de schildklier of prednison. Vaak is het advies dat juist deze dieren geënt moeten worden om het immuunsysteem op te bouwen, maar dit is dus niet het geval!
  • Alleen vaccineren tegen ziektes die aan de volgende criteria voldoen: de ziekte is ernstig en/of levensbedreigend, het vaccin tegen de ziekte heeft bewezen effectief te zijn, het vaccin tegen de ziekte is veilig en kent geen nadelige gevolgen/bijwerkingen op korte of lange termijn en er is een grote kans dat het dier de ziekte op zal lopen.               

 Voor iedere infectieziekte worden de eerste drie punten afgelopen om te kijken in hoeverre punt vier van toepassing is. Vervolgens kan worden besloten het dier wel of niet te enten.

Virussen hebben een voorkeur voor een bepaalde diersoort en dan ook nog eens voor bepaalde cellen in dat dier. Zo zit het Parvo-virus het liefst in de darmcellen van een hond. Een kat of mens wordt er niet ziek van. En de levercellen van desbetreffende hond vinden het virus ook niet zo interessant. Dit weer in tegenstelling tot HCC (besmettelijke leverziekte), die bij voorkeur in de levercellen van honden zit.

Omdat het immuunsysteem na vaccinatie heel hard aan het reageren is om genoeg antilichamen te maken heeft het geen tijd om andere dingen te doen. Zo zien we geregeld na vaccinatie een ontsteking optreden. Dat kan bijvoorbeeld na een cocktailenting dan kennelhoest zijn of diarree. Dat komt doordat de weerstand tegen andere indringers op dat moment lager is. Tumoren die al wel aanwezig waren maar nog niet ontdekt, kunnen ineens de kop opsteken.

Door alle toevoegingen aan de entstof kunnen er allergische reacties optreden. Dat kan gering zijn, zoals zwelling op de plaats waar is geënt, tot ernstige reacties als opzwellen van de gehele kop tot aan shock en overlijden van een dier. Het immuunsysteem kan ook dusdanig ontregeld raken dat het niet meer weet wat wel of geen lichaamseigen cellen zijn, met auto-immuunziektes als gevolg. Inmiddels is het algemeen erkend dat AIHA (Auto-Immuun-Hemolytische-Anemie) veroorzaakt kan worden door enten. Dat is een ziekte waarbij het immuunsysteem de eigen rode bloedcellen afbreekt met bloedarmoede tot gevolg.

De farmaceutische industrie geeft aan dat bijwerkingen bij ongeveer 2 op de 1000 vaccinaties voorkomt. Dit is dus 0,2%. Holistisch dierenarts Tannetje Koning heeft in een 2-jarig onderzoek aangetoond dat dit minstens 2% is. En dit is alleen bijgehouden tot vijf dagen na de enting. Alle bijwerkingen die hierna optraden zijn hierin niet meegerekend...

De bijwerkingen die Tannetje Koning heeft waargenomen tot vijf dagen na de vaccinaties waren onder andere diarree (soms met bloed), niet lekker in orde zijn, sloomheid, lymfoom na drie dagen, disco-spondylitis na vijf dagen, kauwspier-myositis, jeuk en flauwtes.

Alleen een gezonde hond zal op een vaccinatie goed reageren door veel antilichamen aan te maken. In de bijsluiters van vaccins staat duidelijk dat alleen gezonde dieren gevaccineerd mogen worden. Maar dan komt de vraag: wat is gezond en wat niet (en wie beslist dat)? Een dier dat onder narcose is voor sterilisatie? Door vaccinatie zal de afweer tegen bacteriën tijdelijk minder zijn. Een hond met epilepsie? Onderzoek wijst uit dat honden met epilepsie net na de jaarlijkse entingen vaker toevallen krijgen. Een hond met jeuk? Jeuk kan een allergie zijn en dat is een ontregeling van het immuunsysteem. Vanuit dit oogpunt is het `even gauw halen van een enting` een bijzonder kwalijke zaak. Een vaccinatie is een behoorlijk zware ingreep waar veel mensen makkelijk aan voorbij lopen (ook omdat ze er geen idee van hebben). Het zal zorgvuldig moeten gebeuren. Elk dier zal dus met de eigenaar doorgenomen en goed nagekeken moeten worden zodat er zoveel mogelijk zekerheid is dat het dier helemaal gezond is en een vaccinatie aankan. Eigenaren moeten hier ook meer bewust van worden. Hoe vaak gebeurt het niet dat een eigenaar komt een hond die aan de diarree is en toch wil dat er ook maar gelijk gevaccineerd wordt, want `we zijn er nou toch?` Of een dier met hoge koorts toch willen laten enten...

Verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat vaccinaties een veel en veel langere bescherming bieden dan velen dachten. Dit is gedaan door het aantal antilichamen te meten, dit wordt titeren genoemd. Als een hond voor een bepaald virus een hoge titer heeft, betekent dat dat hij nog voldoende beschermd is. Een vaccinatie is dan niet alleen weggegooid geld, maar het voegt ook nog eens helemaal niks toe. Alleen een onnodig risico op bijwerkingen. Hetzelfde geldt voor pups. Dat pups zo vaak worden gevaccineerd is niet omdat de vaccins zo kort werken. Nee, zolang de pups nog antilichamen van hun moeder in hun bloed hebben slaat een vaccinatie niet aan. Dus ergens tussen de zes en twaalf weken is hoogstens maar één van de drie tot vier vaccins effectief, de rest niet.

In 1996 gaf een onderzoek van Olson al aan dat 85% van de honden vier jaar na vaccinatie nog voldoende antilichamen had voor Hondeziekte (Distemper). En onderzoek van Dodds in 1999 gaf aan dat bij meer dan 1400 honden 95% voldoende antilichamen had voor Parvo en 98% voor Hondeziekte. In Nederland is recentelijk nog een onderzoek gehouden waaruit de conclusie werd getrokken dat het enten van pups en jonge honden belangrijk is maar dat daarna veel langere intervallen mogelijk zijn omdat er nog voldoende antilichamen aanwezig zijn.

In Amerika heeft Ronald Schultz een onderzoek gedaan en hieruit bleek dat voor de drie belangrijkste ziekten (Parvo, Hondeziekte en Leverziekte) een bescherming van in elk geval zeven jaar gevonden werd. En het was hierbij niet zo dat de bescherming dan na zeven jaar ophield, langer is echter niet onderzocht. Dus het is goed mogelijk dat die bescherming langer duurt, mogelijk zelfs een leven lang.

Leptospirose (Weil) is een bacteriële ziekte en geen virus. De ziekteverschijnselen KUNNEN zijn: koorts, leverontsteking, spierpijn, geelzucht, nierontsteking, enzovoort. De infecties gaan echter lang niet altijd gepaard met specifieke symptomen en daardoor hebben eigenaren vaak niet in de gaten dat de hond ziek is. Is de ziekte ver gevorderd dan kan een dier hieraan overlijden. Het wordt vaak veroorzaakt door verschillende bacteriën: één van de veroorzakers verspreidt zich via de urine van honden en kan dus overgebracht worden wanneer hieraan gelikt wordt of op een andere manier binnenkomt. De andere bacterie bevindt zich in de urine van de bruine rat en vermenigvuldigt zich in water. Belangrijk is dus te weten dat Weil niet alleen opgelopen kan worden wanneer honden zwemmen maar ook daarbuiten.

Vaccinaties tegen bacteriën werken korter en slechter. En de bijwerkingen zijn ernstiger. In een vaccin zitten complete dode bacteriën die bestaan uit zeer veel eiwitten en al die eiwitten kunnen een allergische reactie opwekken. Daarnaast is het een dood vaccin dat een prikkelende stof bevat om het immuunsysteem aan het werk te zetten. Dus nog meer kans op vervelende reacties. Ook speelt mee dat er verschillende soorten Leptospirosen zijn. In de entstof zitten twee soorten die in het verleden veel bij honden voorkwamen: Leptospirose Canicola en Icterohaemorrhagica. Het is onbekend of dit nog steeds de twee meestvoorkomende zijn omdat, als een hond Lepto krijgt, niet wordt bijgehouden welke soort het is. In het zuiden van Duitsland en in Italië blijken andere soorten voor te komen. Dit maakt het een moeilijke keuze. Vaakt wordt pas de ziekte van Weil gediagsnosticeerd als al veel organen zijn aangetast, waardoor er zeker kan op overlijden is. Jammer genoeg is het (nog) niet mogelijk een titerbepaling af te nemen voor Leptospirose.

TITERBEPALING

Tegenwoordig is het mogelijk om met een druppel bloed te bepalen of er voldoende antilichamen aanwezig zijn voor Parvo, Hondeziekte en HCC. Dat kan elk jaar worden gedaan maar dat is waarschijnlijk niet eens nodig. Als de hond eenmaal goed gereageerd heeft op een vaccinatie met het aanmaken van voldoende antilichamen dan kan er vanuit worden gegaan dat de rest van het immuunsysteem ook gereageerd heeft en dat de hond beschermd is voor vijf tot zeven jaar. De titerbepaling is ook handig bij pups om te kijken of ze al geënt kunnen worden of niet. En om bij honden met een onbekende vaccinatiestatus (bijv. asielhonden) te kijken of ze beschermd zijn. De uitslagen van een titerbepaling kunnen worden vermeld in het vaccinatieboekje van honden en katten. Helaas is het nog niet overal mogelijk om titerbepalingen te laten afnemen.

Wanneer een titerbepaling aangeeft dat er voor bepaalde virussen onvoldoende bescherming is, kan de keus worden gemaakt het dier hier dus tegen te vaccineren. Kies dan altijd voor aparte entingen (geen cocktail), het liefst met tussenpozen van een paar weken. Dit geldt ook wanneer er wordt geënt tegen Kennelhoest en Weil. Sommige vaccinaties reageren sterk op elkaar, bijvoorbeeld Weil en Hondeziekte (Distemper). Parainfluenza heeft een volwassen hond eigenlijk niet nodig wanneer hij een goede weerstand heeft en een sterk immuunsysteem.

Kennelhoest (Bordetella Bronchiseptica) is een overbodige vaccinatie en kan afhankelijk van de omstandigheden en verplichtingen probleemloos worden weggelaten. Er zijn meerdere virussen waardoor een hond kennelhoest krijgt en de enting bevat er maar één. Aan kennelhoest zelf zal een hond niet overlijden, sterker nog: de meeste honden die worden geënt tegen kennelhoest krijgen kennelhoest en honden die niet meer worden gevaccineerd zijn al jaren verschoond van dit virus. Bovendien is aangetoond dat honden die jaarlijks worden geënt tegen kennelhoest een chronische infectie kunnen ontwikkelen aan de bovenste luchtwegen (bijvoorbeeld bronchitis). Wordt er toch geënt tegen kennelhoest dan is het het beste dit via de neus te doen, dit wordt door de slijmvliezen opgenomen en daar moet het ook werkzaam zijn. Het komt hierdoor niet rechtstreeks in het bloed waardoor de werking effectiever en vriendelijker zal zijn.

Zoals boven vermeld zal een hond aan kennelhoest zelf niet overlijden, wel is het belangrijk goed te kijken hoe het met de hond gaat. Zijn er verschijnselen als koorts, longontsteking of iets dergelijks dan is het belangrijk om naar de dierenarts te gaan.

Nooit een vaccinatie gelijk met een behandeling tegen vlooien, teken of wormen! Chemische ontwormingsmiddelen en vlooienbestrijdingsmiddelen zijn op zich al een aanslag op het immuunsysteem en daar dan ook nog eens de risico`s op vaccinatieschade bij, dit is het slechtste wat gedaan kan worden. Als er dan toch chemische middelen gebruikt moeten worden, laat er dan minstens tien dagen tussen zitten en gebruik na het ontwormen probiotica om de darmflora weer aan te sterken met goede darmbacteriën.

Honden met epilepsie, honden die Prednison gebruiken, honden die niet optimaal gezond zijn, honden met auto-immuunziektes mogen nooit worden geënt. Niet alleen doen de vaccinaties op dat moment niks, ze kunnen ook nog eens meer schade toebrengen.

Voor pups en kittens geldt dat ze beter niet geënt kunnen worden op te jonge leeftijd. Voor 12 weken kan de enting alleen maar schadelijk zijn omdat het immuunsysteem nog niet voldoende is ontwikkeld. Eigenlijk is het immuunsysteem van honden en katten pas echt ontwikkeld op de leeftijd van één jaar, maar omdat honden en katten meestal al voor die tijd in aanraking komen met allerlei infecties (met name als ze uit het nest weggaan) kan het onverstandig zijn om zolang te wachten. Het wordt aangeraden om pups zo laat mogelijk (maar wel een week voor vertrek uit het nest) te vaccineren tegen Parvo. Het is niet te zeggen of deze vaccinatie dan al werkt omdat niemand weet of er nog antilichamen van de moeder aanwezig zijn. Daarna is het wenselijk om tussen de acht en tien weken een titertest te doen en dan te bepalen of het nodig is Parvo bij te vaccineren. In veel gevallen is het niet nodig en kan Parvo herhaald worden op de leeftijd van 12 weken, wanneer de DHP-enting voor pups aan de beurt is (Distemper, Leverziekte, Parvo).

Aan te bevelen is om de Leptospirose/Weil vaccinatie vooral niet eerder te geven dan op een leeftijd tussen 12-16 weken en dan ook een aantal weken tussen de DHP-enting en de Weil-enting te laten natuurlijk. De Leptospirose-enting kan zoveel bijwerkingen hebben dat dit te belastend is voor het immuunsysteem en daardoor zeker niet voor 12 weken gegeven moet worden.

Op de leeftijd van een jaar kan de hond gevaccineerd worden met de DHP-vaccinatie en wanneer ook dan gevaccineerd wordt tegen Weil is het verstandig hier minimaal vier tot zes weken tussen te laten. Ditzelfde geldt voor Rabiës, wanneer deze enting noodzakelijk is.

Na het eerste jaar kunnen (indien enten gewenst is) de drie-jarige intervallen worden aangehouden met de componenten uit de DHP en eventueel Rabiës.

Wanneer dit gewenst is zijn Leptospirose/Weil en Kennelhoest jaarlijks terugkerend.

De virale vaccinaties van het merk Nobivac, Merial en Pfizer (Vanguard) zijn al een tijdje voor drie jaar geregistreerd en bieden dus ook een bescherming van drie jaar. Dit geldt dus voor de entingen tegen Hondeziekte, Parvo en Leverziekte (de cocktailenting) en Rabiës.

De entingen die een jaar geldig zijn, zijn Leptospirose/Weil en Kennelhoest (Bordetella en Para-Influenza).